De wet (2 van 3) - 31 mei 2014

Is het nu de bedoeling dat we de wet telkens horen en opvolgen of zijn we vrij van de wet, zoals vaak in evangelische kring wordt gezegd?

Het principe van de wet van Mozes is “doet dit en gij zult leven”. Aan dit principe is een einde gekomen toen Jezus Christus de wet volbracht. Overigens toonde God in deze OT periode óók Zijn genade, want door met een oprecht en berouwvol hart een offer te brengen was de weg terug naar God altijd mogelijk. De wet als stelsel waarbij de behoudenis totaal afhankelijk was van het volbrengen van de wet was echter beëindigd. De wet had eeuwen lang aangetoond dat de mens niet in staat was aan de rechtvaardige eisen te voldoen, dat had de mens naar de Verlosser moeten brengen, naar Iemand die hen zou helpen ondanks het probleem van de zonde(n), toch tot God te kunnen naderen.

  • Gal. 5:4 Gij zijt los van Christus, als gij door de wet gerechtigheid verwacht; buiten de genade staat gij.
  • Rom. 6: 14 …… want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.

In het NT wordt ontvouwd hoe een mens tot God kan naderen, buiten het doen van de wet om en door geloof.

  • Rom. 3:21 Thans is echter buiten de wet om gerechtigheid Gods openbaar geworden, waarvan de wet en de profeten getuigen.
  • Habakuk, een profeet, getuigde hier ook al van toen hij zei: “de rechtvaardige zal door het geloof leven” (dus niet door het voldoen aan de eisen van de wet)

De Here Jezus is gekomen, niet om de wet op te heffen, maar om te vervullen, dat wil zeggen om te tonen wat ten diepste de bedoeling van de wet was en dat gaat verder dan de wet in het OT, hoewel dit wel de basis was en is.

  • Matth. 5: 17 “Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen. 18 Want voorwaar, Ik zeg u: Eer de hemel en de aarde vergaat, zal er niet één jota of één tittel vergaan van de wet, eer alles zal zijn geschied.

Het door eigen inspanning volbrengen van de wet van Mozes was niet meer nodig. Dit kon ook niemand. De wet was echter niet opgeheven. De gelovigen dienen op een andere wijze de wet van Christus te vervullen.(Gal. 6:2)

In het NT wordt meerdere malen gesproken over geboden, die tot de wet van Christus behoren:

  • Johannes 13:34 Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt; gelijk Ik u liefgehad heb, dat gij ook elkander liefhebt.
  • Johannes 14:15 Wanneer gij Mij liefhebt, zult gij mijn geboden bewaren.
  • 1 Johannes 3:23 En dit is zijn gebod: dat wij geloven in de naam van zijn Zoon Jezus Christus en elkander liefhebben, gelijk Hij ons geboden heeft.
  • 1 Johannes 4:21 En dit gebod hebben wij van Hem: Wie God liefheeft, moet ook zijn broeder liefhebben.
  • 1 Johannes 5:2 Hieraan onderkennen wij, dat wij de kinderen Gods liefhebben, wanneer wij God liefhebben en zijn geboden doen.
  • 2 Johannes 1:6 En dit is de liefde, dat wij naar zijn geboden wandelen. Dit is het gebod, gelijk gij het van den beginne gehoord hebt, dat gij daarin moet wandelen.

In alle hierboven aangehaalde teksten worden de (nieuwe) geboden verbonden met liefde. Liefde is de eerste vrucht van de Heilige Geest die genoemd wordt in Gal. 5:22. Liefde was bovendien hét kenmerk van het leven van de Here Jezus op aarde. Hij kwam voor de verschoppelingen, voor de zieken en zwakken om hen liefde te betonen en Hij stierf uit liefde voor hen aan het kruis.

Liefde is ook hét kenmerk van de wet van Christus

  • Romeinen 13:8 Zijt niemand iets schuldig dan elkander lief te hebben; want wie de ander liefheeft, heeft de wet vervuld.

Liefde, agape liefde, is wat wij volgens deze wet als christenen dienen te tonen aan de wereld om ons heen. Dat is de opdracht van de Here Jezus aan christenen!

  • Galaten 6:2 Verdraagt elkanders moeilijkheden; zo zult gij de wet van Christus vervullen.

In “engere” zin gaat dit vers over het in liefde verdragen van elkaars moeilijkheden, in wat ruimere context gaat het over liefde betonen aan alles wat onze naaste tot een last kan zijn en daarin meevoelen en helpen dragen van deze last . Dus liefde betonen.

Liefde is het centrale thema van de nieuwe geboden, oprechte liefde die voortkomt uit ons hart. Het liefhebben van God en de ander is een gebod wat de Here Jezus aan Zijn discipelen en aan ons heeft opgedragen! De wet van Christus is de wet die in onze tijd geldt. Er moet in ons leven zichtbaar worden wat in Zijn leven zichtbaar was!

  • Gal. 4:19 mijn kinderen, ter wille van wie ik opnieuw weeën doorsta, totdat Christus in u gestalte verkregen heeft;

Deze wet van Christus legt ons dus enorme eisen op. Dit zien we regelmatig in de NT brieven, iedere keer weer worden christenen vermaand het kwade af te leggen en het goede te doen en daardoor de nieuwe levenswandel te tonen die voldoet aan de nieuwe Standaard en deze standaard is leven zoals de Here Jezus leefde.

De wet van Mozes was dus een soort “basis” voor de wet van Christus, dit wordt duidelijk als we kijken naar wat de Here Jezus zegt in de Bergrede in Matth. 5. In de Bergrede worden een aantal wetten door de Here Jezus besproken. Gij zult niet doden (Matth. 5:21) wordt verbreed en verdiept naar het liefhebben van de ander en het zorgen dat problemen worden opgelost, zelfs als je denkt dat de ander iets tegen te heeft.

Gij zult niet echtbreken (Matth. 5:27) betekent in diepere zin, dat er overspel wordt gepleegd als je een andere vrouw aanziet om haar te begeren (!).

Gij zult uw naaste liefhebben (Matth. 5:43) wordt verdiept naar het liefhebben van onze vijanden en van hen die ons vervolgen.

Het doen van de wet van Mozes was al een enorme, te hoge, opgave voor de mens. De eisen worden in het NT echter nog fors verder opgeschroefd. Over deze enorm hoge eisen én de manier waarop het mogelijk is naar de wet van Christus te leven meer in een volgend artikel. Een klein tipje van de sluier: het offer van de Here Jezus voorziet in een complete verlossing en toerusting om te kunnen doen wat Hij van ons vraagt.

lees verder...

Deze studies zijn verschenen in het contactblad van de reddingsark. Eventuele vragen naar aanleiding van deze studies kunt u stellen via het contactformulier.

Door gebruik te maken van de rss feed blijft u op de hoogte van nieuwe artikelen.

De wet (1 van 3) - 6 mei 2014

De wet (Hebr. Thora, dat betekent: onderwijzing/instructie/wet) is door God via Mozes gegeven aan het volk Israël. Daarom is het onder het (orthodoxe) Joodse volk al eeuwenlang gebruikelijk om elkaar te onderwijzen in de wet en te discussiëren over de wet.

  • Exodus 24:12 De HERE zeide tot Mozes: Klim op tot Mij, de berg op, en blijf daar, dan zal Ik u de stenen tafelen geven, de wet en het gebod, die Ik opgeschreven heb, om hen te onderwijzen.

In engere zin wordt met de wet de tien geboden bedoeld die door God zijn geschreven op de twee stenen tafelen. De wet in bredere zin is de Thora, d.w.z. de vijf boeken van Mozes, deze bevatten 613 ge- en verboden. Dit waren ceremoniële wetten, zoals wetten m.b.t. de offers, offerdienst, priesterdienst, reiniging etc. en morele wetten, zoals het liefhebben van de Here God en de naaste, niet stelen en moorden etc. De ceremoniële wetten zijn beëindigd toen Christus stierf aan het kruis van God. De morele wetten gelden ook nu nog, maar dan in uitgebreidere vorm zoals we later zullen zien.

De wet is volmaakt, omdat God, volmaakt is.

  • Psalm 19:7 De wet des HEREN is volmaakt, zij verkwikt de ziel; de getuigenis des HEREN is betrouwbaar, zij schenkt wijsheid aan de onverstandige
  • Romeinen 7:12 Zo is dan de wet heilig, en ook het gebod is heilig en rechtvaardig en goed.

Daarom is heel Psalm 119 een lofzang op de wet en wordt de wet op vele andere plaatsen bezongen. Het principe van de wet is: “doet dit en gij zult leven”, dat is totaal anders dan in het NT, waar het principe is: “het is volbracht”. Christus heeft immers de wet volbracht. De wet openbaart de wil van God en daarmee openbaart de wet ten diepste het wezen van God Zelf. Dit zien we duidelijk als we onze blik richten op het kruis. Dáár worden de heiligheid, rechtvaardigheid en liefde van God ten volle openbaar. Op het kruis zien we dat God, vanwege Zijn heiligheid, de zonde móet oordelen. Hij doet dit ten koste van de allerhoogste prijs: Zijn Zoon. (die de wet volkomen had gehoorzaamd en dus onschuldig was) en daarmee toont Hij Zijn oneindige liefde. Wíj hadden dat oordeel over de zonden verdiend, Híj onderging de volledige toorn van God als Plaatsvervanger voor u, jou en mij!

De wet is gegeven aan het volk Israël maar geldt in bepaalde zin, zoals in het vervolg zal worden aangetoond, ook nu nog: Matth. 5:18 Want voorwaar, Ik zeg u: Eer de hemel en de aarde vergaat, zal er niet een jota of een tittel vergaan van de wet, eer alles zal zijn geschied.

Wat de heidenen, dus de niet joden, betreft staat in de Romeinenbrief dat niemand, nóch de Joden met de wet en de besnijdenis, nóch de heiden te verontschuldigen is. Iedereen heeft gefaald. De heidenen hadden weliswaar niet de wet, maar zij hadden wél de mogelijkheid God te kennen uit de natuur en uit hun geweten. Dit was weliswaar een beperkte manier om God te kennen, veel beperkter dan de wijze waarop de joden God leerden kennen, maar het was absoluut mogelijk Hem te eren door te handelen naar deze beperkte kennis en inzichten. Dit is echter, in zijn algemeenheid, niet gebeurt, men handelde volstrekt tegengesteld aan de kennis die men had kunnen hebben uit de natuur en door het geweten. Dit blijkt uit de volgende teksten:

  • Romeinen 1:20 Want hetgeen van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sedert de schepping der wereld uit zijn werken met het verstand doorzien, zodat zij (heidenen) geen verontschuldiging hebben.
  • Rom. 2:14 Wanneer toch heidenen, die de wet niet hebben, van nature doen wat de wet gebiedt, dan zijn dezen, ofschoon zonder wet, zichzelf tot wet; 15 immers, zij tonen, dat het werk der wet in hun harten geschreven is, terwijl hun geweten medegetuigt en hun gedachten elkander onderling aanklagen of ook verontschuldigen,

De wet is gegeven tot onderwijzing met als doel welzijn en bescherming van het volk Israël.

  • Jozua 1:7 Alleen, wees zeer sterk en moedig en handel nauwgezet overeenkomstig de gehele wet die mijn knecht Mozes u geboden heeft; wijk daarvan niet af naar rechts noch naar links, opdat gij voorspoedig zijt, overal waar gij gaat.

De wet fungeerde als een beschermende muur om het volk. De wet bracht vele goede dingen en hield het verkeerde buiten. Tal van zaken die de wetenschap in onze tijd heeft bevestigd stonden al lang in de Gods Woord opgetekend. (zo is bijvoorbeeld gebleken dat de besnijdenis op de 8e dag de meest gunstige dag is om dit te doen, was isolatie van mensen met melaatsheid verstandig, is het goed niet te stelen en niet te doden, God en elkander lief te hebben etc.).

Al direct na het ontvangen van de wet bleek een tweede functie. Door de wet werd namelijk duidelijk dat niemand in staat was te voldoen aan alle ge- en verboden, die nauwgezet uitgevoerd dienden te worden:

  • Rom. 3: 19 Nu weten wij ……… dat uit werken der wet geen vlees voor Hem gerechtvaardigd zal worden, want wet doet zonde kennen.
  • Rom. 7:7 Ja, ik zou de zonde niet hebben leren kennen, tenzij door de wet; immers, ook van de begeerlijkheid zou ik niet geweten hebben, indien de wet niet zeide: gij zult niet begeren”.
  • Galaten 3:19 Waartoe dient dan de wet? Om de overtredingen te doen blijken.

De wet is volmaakt, goed. Het feit dat de wet door geen mens kon worden vol bracht lag dus niet aan de wet, maar ligt volledig aan de kant van de mens. De wet bevestigde elke dag en bij ieder mens dat hij/zij een zondaar was, en dus dat er geen goed in hem/haar was.

  • Jakobus 2:10 Want wie de gehele wet houdt, maar op één punt struikelt, is schuldig geworden aan alle [geboden].

Niemand was, omdat hij/zij een zondaar was, in staat tot God te naderen, God is immers heilig en een mens die faalt in het gehoorzamen van de wet is een zondaar. Heiligheid en zonde gaan nooit samen. Het mag dus ook duidelijk zijn dat niemand wedergeboren kan worden door het houden van de wet, simpelweg omdat niemand in staat is de wet te houden. Er is maar één weg tot God en dat is door het geloof in het op het kruis van Golgotha volbrachte werk van de Here Jezus Christus.

Dat brengt ons bij de derde functie van de wet: de wet drijft ons naar Christus. Want als we eerlijk proberen de wet nauwgezet te volgen beseffen we dat we zelf nóóit in staat zijn de wet in zijn geheel te gehoorzamen. Daardoor gaan we beseffen dat er hulp van buitenaf nodig is om tot God te kunnen naderen. Dáárom zond God Zijn Zoon. Namelijk om te doen wat wij niet konden, dat is leven als mens zoals Hij het had bedoeld. Want wat wij niet konden heeft Hij in Zijn oneindige liefde voor ons gedaan! De norm, het volbrengen van de wet, lag al hoog in het OT, maar ligt in het OT nog veel hoger zullen we verderop zien.

  • Gal. 3:24 De wet is dus een tuchtmeester voor ons geweest tot Christus.

De wet was een tuchtmeester, in het Grieks staat hier “paidago’gos”. Ons woord pedagoog komt hier vandaan. Deze paidago’gos, was meer een oppasser dan een opvoeder. Het was in die tijd een slaaf wiens taak het was toe te zien op het gedrag van een kind. Verkeerd gedrag diende gemeld te worden aan de vader en het kind diende beschermd te worden tegen schadelijke invloeden. Als het kind volwassen was geworden betekende dat het einde van de taak van de paidago’gos. Dit geeft exact de taak van de wet weer. De wet paste als het ware op de mensheid, zolang Christus nog niet was gekomen. Dus zolang de mensheid “onvolwassen” was. De wet was de tuchtmeester tot Christus, toen eindigde, net zoals bij de slaaf en het kind, de taak van de wet. Ditzelfde staat in andere woorden in Gal. 4:1/5 daar wordt over een erfgenaam gesproken, die zolang hij onmondig/onvolwassen was onder voogdij stond, tot het moment dat de voogdij eindigde en dat was met de komst van Christus. Daarom staat er geschreven:

  • Romeinen 10:4 Want Christus is het einde der wet.

De periode/tijd/bedeling waarin men behouden kon worden door het naleven van de wet (en belijden en offeren als men gezondigd had) is beëindigd.

In christelijk Nederland wordt er nogal verschillend gedacht over de wet. In sommige kerken wordt de wet wekelijks voorgelezen en hanteert men de wet als leefregel of wil men de wet volgen uit dankbaarheid. In andere, veelal evangelische, kerken/gemeentes leeft het gevoel dat de wet passé is. De wet hoort bij het OT is de gedachte, want Christus is het einde van de wet. Wij hebben er als NT gelovigen niets mee te maken. We leven in de genadetijd, de wet geldt niet meer. Beide manieren van omgaan met de wet zijn niet correct, want er staat geschreven :

  • Matth. 5:17 Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen. 18 Want voorwaar, Ik zeg u: Eer de hemel en de aarde vergaat, zal er niet een jota of een tittel vergaan van de wet, eer alles zal zijn geschied.

De volgende artikelen zal ik verder ingegaan op deze meningen en op datgene wat naar mijn gedachten de bedoeling is van de wet in onze tijd.

lees verder...

Pasen 2014 - Goede vrijdag en Pasen: de voorhang is gescheurd de hemel is nu open! - 6 april 2014

Het land was drie uren verduisterd geweest. De Here Jezus had deze uren aan het kruis gehangen, God, die Licht is, had Hem verlaten, daarom was het duister geworden. God had Hem verlaten omdat Hij het oordeel droeg over onze zonden, die op Hem waren gelegd. Hij de Onschuldige stierf voor de schuldigen, voor u, jou en mij.

Gods heiligheid vereiste een oordeel over de zonden, dat kon niet anders. Zijn liefde voor de zondaar zocht een weg om de zondige mens weer terug te brengen aan Zijn hart. De oplossing lag in de Mens Jezus Christus. Hij werd tot zonde gemáákt hoewel Hij zelf onschuldig was. Hij onderging aan het kruis de volle zwaarte van Gods toorn over de zonden, onze zonden daar op het kruis. Zijn lijden is niet te doorgronden, omdat er nooit een mens is geweest en zal zijn die dit lijden heeft ervaren. Hij is in de diepste kuil gelegd staat in de Psalmen, d.w.z. er was geen lijden erger/dieper dan wat Hij heeft ondergaan. In de Psalmen wordt op vele wijzen gesproken over dit lijden, zoals in Psalm 22:14 “al mijn beenderen zijn ontwricht; mijn hart is geworden als was, het is gesmolten in mijn binnenste” of Psalm 40:12 “Want rampen omgeven mij, zonder getal”. Deze teksten en vele andere teksten geven ons een blik in Zijn ziel toen Hij hing aan het kruis. Het laat ons zien hoe Hij dit lijden heeft ervaren met als climax de uitroep “Mijn God, mijn God waarom hebt Gij Mij verlaten” dit was het ergste lijden, de absolute eenzaamheid die Hij onderging. Hij die altijd in gemeenschap wandelde met Zijn God was hier verlaten van God en dat kwam door onze zonden. Het is voor ons niet te begrijpen wat dit voor de Here Jezus en voor God betekend moet hebben. De gemeenschap die er van de eeuwigheid was, was nu verbroken omdat Hij onze straf onderging. De kreet “waarom hebt Gij mij verlaten” spreekt van een peilloze diepte van lijden.

Wij mogen nu, omdat Hij van God verlaten is geweest zeggen, wij zullen wij nooit van God verlaten zijn! Voor ons geldt: ”Immanuel”, God met ons. We kunnen ons soms eenzaam voelen maar we zijn het niet, de Here is nabij! Het gescheiden zijn van God hoeven wij nooit mee te maken, dat heeft Hij in onze plaats ondergaan.

Na de drie uren van duisternis roept de Here Jezus “Het is volbracht”, wat een heerlijke woorden, alles is volbracht! De straf op onze zonden is gedragen, Hij heeft het oordeel ondergaan, de profetieën aangaande dit lijden zijn vervuld, de satan is verslagen en de wet is vervuld.

De offer- , tempel- en priesterdienst behoorden tot de bedeling/periode van de wet. We lezen dat direct nadat de Here Jezus zijn geest in Gods handen had gegeven de voorhang van de tempel scheurde, van boven naar beneden, in twee stukken. Deze voorhang had eeuwenlang het heilige der heiligen gescheiden van het heilige. Slechts één keer per jaar mocht de hogepriester, nadat hij een heel reinigingsritueel (Lev. 16) voor zichzelf en voor het volk had uitgevoerd deze ruimte betreden. Niemand anders was ooit in deze ruimte geweest, want God woonde daar. En nu was de voorhang gescheurd, van boven naar beneden, alsof God van boven af, vanuit de hemel de voorhang had geopend. Het duidde een nieuw tijdperk aan van Gods handelen met de mens, de periode van de wet was voorbij! De scheiding die er al die eeuwen was tussen een heilig God en de zondige mens was opgeheven omdat het volmaakte offer, waarnaar alle OT offers hadden vooruitgewezen was gebracht! Er was nu een totaal nieuwe manier om tot God te naderen, dat wat in het OT onmogelijk was kon nu wel. In het OT konden het bloed en het offer van de dieren nooit onze zonden volkomen wegnemen en de weg tot God openen. Nu het volmaakte offer was gebracht door de Mens Jezus Christus kon dit wel.

In Hebr. 10 vers 19 staat het zo vermeld: “Daar wij dan, broeders, volle vrijmoedigheid bezitten om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus, langs de nieuwe en levende weg, die Hij ons ingewijd heeft, door het voorhangsel, dat is, zijn vlees”. De Hebreeën brief beschrijft eerst dat er een nieuwe/betere Hogepriester is, een nieuw/beter verbond, een beter heiligdom en een beter offer, is

(Jezus Christus) en in Hebr. 10:19 wordt geschreven over een nieuwe aanbidder en wijze van aanbidden. De aanbidder/gelovige is in tegenstelling tot het OT volkomen gereinigd door Jezus bloed en mag vrijmoedig ingaan in het heiligdom, omdat Hij deze nieuwe weg voor hen (lees ons) heeft ingewijd door het voorhangsel, dat is zijn vlees. Christus dood en opstanding hebben het mogelijk gemaakt dat we mogen en kunnen naderen tot God. Nu in onze tijd mogen we zelfs in volle vrijmoedigheid tot Hem naderen, omdat we volkomen zijn gereinigd! Daarvan spreekt het voorhangsel dat in twee delen werd gescheurd. De oude bedeling, de bedeling van de wet was voorbij, de weg naar het heiligdom was geopend, dankzij Hem!

God heeft in alles voorzien een nieuwe Hogepriester die voor ons bidt en pleit, een nieuw heiligdom, de hemel. Een volmaakt offer, het offer van het Lam Gods én Hij heeft ons geschikt gemaakt om vrijmoedig tot Hem te kunnen naderen. Dit alles kan door het geloof in Zijn volbrachte werk op Golgotha.

Dat is de boodschap van Goede Vrijdag en Pasen, de Heer heeft geleden, is gestorven en is opgestaan, hierdoor heeft Hij in alles voorzien. Onze zonden zijn vergeven, het probleem van onze zondenatuur is opgelost, we zijn met Hem gestorven, ons geweten is gereinigd en nu mogen we in volle vrijmoedigheid tot Hem naderen, niet om te worden getroost zoals in Hebr. 4:16. Maar om als aanbidders tot Hem te komen en Hem te danken voor Wie Hij is en voor wat Hij voor ons heeft gedaan! In Hebr. 4 gaat het over het vluchten naar Hem in en met onze zorgen en moeilijkheden, in Hebr. 10 gaat het er om dat we ons aan Hem Zelf mogen koesteren, mogen genieten van Wie Hij is.

Ik sluit af met de tekst uit een lied dat bovenstaande samenvat:

De voorhang is gescheurd, de hemel is nu open. Het leven in het licht is thans ons eeuwig lot. De toorn die op ons was, is op U aangelopen; Uw liefde is groot, o Lam van God! 

lees verder...

Ik ben de goede Herder - 10 februari 2014

Ik ben de goede Herder, Johannes 10

Er zijn kennelijk ook slechte herders, dat is het eerste wat opvalt bij het lezen van deze tekst.. Er zijn veel herders maar er is slechts één goede Herder: Jezus Christus.

In Ezechiël 34 wordt gesproken over slechte herders, als we dit hoofdstuk lezen krijgen we een beeld van deze slechte herders, en daardoor kunnen ons ook een beeld vormen van de goede Herder. De goede Herder handelt namelijk precies tegenovergesteld aan de slechte herders.

Een kenmerk van slechte herders is, dat zij zichzelf weiden. Ze zijn bezig met zaken waarvan ze zelf beter worden, ook al gaat dit ten koste van de schapen...... Ze hebben zelfs geen oog voor de kudde: “maar de schapen weidt gij niet”, Ez. 34: 3. De schapen worden niet geweid door deze herders, een goede herder zorgt echter wel voor zijn schapen. Hij brengt ze naar grazige weiden waar ze zich kunnen voeden met gezond en gevarieerd voedsel. Hij zorgt dat ze tijdig te drinken krijgen, hij heeft aandacht voor het zwakke schaap en verzorgt dit of draagt het als het vermoeid is naar de schaapskooi. Een goede herder reinigt wonden en giet olie op de wonden, zodat deze kunnen genezen. Hij waakt over zijn kudde en zorgt dat er geen schapen afdwalen, waardoor ze ten prooi kunnen vallen aan wilde dieren. Hij houdt zijn kudde bij elkaar en hij doet zijn werk met liefde.

De herders waar in Ezechiël 34 over wordt gesproken waren de leidslieden van het volk Israël, maar ze heersten met hardheid en geweldenarij (vs. 4). Wij weten dat het volk Israël als gevolg van het slechte herderschap van deze herders is verstrooid. Deze leidslieden liepen immers voorop toen de enige goede Herder tot Zijn volk kwam, met name zij riepen: “kruisig Hem, kruisig Hem” en dat heeft men gedaan......

Uit Ezechiël 34 maken we op dat de situatie niet zo zal blijven, want God heeft een plan met Zijn volk! Hij zal Zelf een einde maken aan het herderschap van deze slechte herders, vs. 10. Er zal een moment komen waarop Hijzelf zal omzien naar Zijn kudde, hen bijeen zal vergaderen en ze zal redden. Wanneer zal dat plaatsvinden? Dat begint op de dag van wolken en duisternis, vs. 12 Daarmee wordt de dag des Heren bedoeld, zie Joël 2 vers 1 en 2 en Sefanja 1 vers 14. Dat zal een zware tijd zijn voor het volk van Israël, de tijd van de grote verdrukking die over deze aarde zal komen. Op veel plaatsen in de Bijbel wordt deze dag aangeduid met termen als “geducht”, “vreselijk” etc., het is een dag van toorn en oordeel.

In onze tijd zijn, met name sinds 1948, al veel joodse mensen teruggekeerd naar Israël, maar op die dag zal er een ware uittocht plaatsvinden uit alle landen en uit de volken. Hij Zelf zal Zijn volk verzamelen in hun eigen land, Ez. 34:13. Daarna zal Hij ze weiden op de bergen van Israël. Zijn knecht David, de Here Jezus, de meerdere van David, zal hen weiden en Hij zal een verbond des vredes met hen sluiten. Dán zal Hij hun goede Herder zijn en zullen ze in vrede en veilig wonen in het land Israël gedurende het vrederijk. Hij zal dan als Vorst of Koning (vers 24) regeren vanuit Jeruzalem. Het zal een tijd zijn van ongekende zegen en voorspoed, vers 25 e.v.)

De tekst: “Ik ben de goede Herder” kennen we uit Johannes 10. Als we Johannes 9 lezen begrijpen we waarom de Here Jezus dit zegt. In hoofdstuk 9 gaat het namelijk over de blindgeborene die door de Here Jezus was genezen, zodat hij weer kon zien. Deze man was door de leidslieden uit zijn tijd, de slechte herders, waar ook in Ezechiël 34 over werd gesproken “uitgeworpen”, Joh. 9:34 en 35. Je zou verwachten dat men blij zou zijn met deze genezing, maar ze reageren juist tegenovergesteld! Dan, in die context, zegt Hij in Johannes 10, dat Hij de goede Herder is, dus in schril contrast met de houding van de Farizeeën. Alle herders die er waren voordat de goede Herder kwam worden door Hem dieven en rovers genoemd.Hij is de goede Herder, die gekomen is om Zijn schapen leven en overvloed te bezorgen. De goede Herder is bereid Zijn leven in te zetten voor Zijn schapen ipv te vluchten als er gevaar dreigt. Deze goede Herder was zelfs bereid Zijn eigen leven op te offeren, zodat Hij de goede Herder kon worden van een ieder die Hem in gelooft en Hem volgen wil. Hij spreekt ook nog over de andere schapen die niet van deze stal zijn, daarmee worden de heidenen bedoeld. Hij is dus ook de goede Herder van ons, de gelovigen uit de heidenen.

De goede Herder kent Zijn schapen en de schapen kennen en herkennen Zijn stem. Ze volgen Hem, juist omdat ze Zijn stem kennen. Er zijn in deze tijd veel stemmen, daarom is het zo belangrijk dat we als gelovigen Zijn stem kennen, herkennen en Hem volgen.

lees verder...

Kerst 2013 Mijn ogen hebben uw heil gezien - 14 december 2013

Bovenstaande woorden zijn in de tempel te Jeruzalem uitgesproken door Simeon, zijn naam betekent “verhoring”. Een toepasselijke naam, zoals zo vaak in de Bijbel. Namen zeggen in Gods Woord zeggen over het algemeen iets over het wezen van personen of het wezen van God.

Namen openbaren hoe mensen zijn en/of hoe God is. Simeon verwachtte de vertroosting van Israël staat in Lucas 2:25 en dit verwachten werd verhoord! We lezen dat Simeon rechtvaardig en vroom was, dat de Heilige Geest op hem was en dat hij leefde in verwachting. Wat een prachtig getuigenis van deze dienstknecht van God. Zoals gezegd werd zijn verwachten beloond, God had hem immers beloofd dat hij niet zou sterven voordat hij de Christus gezien had. En nu stond daar een jong stel met een baby op de arm voor hem, ze kwamen om een offer te brengen, zoals de wet voorschreef. Aan Simeon werd door de Heilige Geest duidelijk gemaakt dat deze kleine baby het heil was waar hij naar had uitgezien. Deze baby was de Messias, de Christus (de Gezalfde, resp. in het Hebreeuws en Grieks). Simeon ontving vrede. Het verwachten of geloven van Simeon was overgegaan in aanschouwen. Andere vertalingen vertalen het woord heil met: verlossing, redding, Redder, zaligheid, behoudenis etc. Uit de vertalingen en de context blijkt dat het gaat om de Messias, de Here Jezus, in Hem is het langverwachte heil gekomen. De uitwerking op Simeon was dat hij in vrede kon sterven, want hij had het Heil, de Redder gezien!

In de geschiedenis van Simeon zit ook een boodschap voor ons die leven in de huidige genadetijd. Te weten dat je, op grond van het geloof in het verlossingswerk van Jezus Christus, mag leven én sterven in vrede is een geweldige (Kerst)boodschap.Waren het niet de engelen die zongen “Ere zij God en vrede op aarde”? Deze vrede gold voor Simeon maar geldt ook nu in 2013 voor ieder mens die gelooft. Voor een ieder uit de volken óf uit het Joodse volk (Luk. 2:31/32), die zijn/haar zonden belijdt en zijn/haar hart opent voor de Christus der Schriften!

Het kind dat Simeon in zijn armen hield was de Vredevorst, Hij werd geboren om vrede, shalom op aarde te brengen. In de eerste plaats vrede met God, maar ook vrede onderling. Dat is nog eens echte vrede, vrede met onze Schepper. Dit is mogelijk omdat Christus geleden heeft en gestorven is in onze plaats. Al onze zonden zijn op Hem gelegd en Hij heeft de straf als gevolg van de zonde die God, voor ons ondergaan en daarom is de weg naar de Vader, die was geblokkeerd door onze zonde(n), weer open.

Ook onze ogen mogen Zijn heil zien, een heil dat Hij voor ons heeft bereid en ook wij kunnen dezelfde vrede ervaren die Simeon ontving. Het is alles uit en door Hem. Hij bedacht al vóór de grondlegging der wereld, het verlossingsplan, Hij bedacht dat het kind dat in Bethlehem geboren zou worden onze Verlosser zou worden, Hij heeft Zijn plan volvoert en de Here Jezus heeft Gods plan uitgevoerd. Hij was gehoorzaam tot aan het alleruiterste, tot in de dood aan het kruis. Daarom mogen en kunnen wij nu Zijn heil zien, daarom kunnen we nu de diepe vrede met God en de diepe vrede van God in ons hart ervaren.

Deze vrede kan in onze levens openbaar worden als we geloven dat de Here Jezus in onze, in mijn plaats is gestorven aan het kruis van Golgotha. We moeten ook beseffen dat we op Golgotha mét Hem zijn gestorven en dan ook daadwerkelijk leven vanuit dit besef. Hij stierf en ik stierf met Hem. Dat betekent dat mijn oude natuur, mijn eigen ik geen heerschappij meer over mij moet hebben. De keuze is aan ons, aan mij. Leef ik mijn oude natuur, of kies ik er bewust voor te leven uit mijn nieuwe, wedergeboren natuur. Als ik dit laatste doe kan deze vrede, die een vrucht is van de Heilige Geest (Gal. 5:22), verder doordringen in onze levens en zijn uitwerking hebben naar de levens van anderen met wie we omgaan.

Vers 29: Nu laat Gij, Here, uw dienstknecht gaan in vrede, naar uw woord. Gods Woord is betrouwbaar, zoals blijkt uit vers 29. Dat gold voor Simeon en dat ook nu nog voor u, jou en mij. Geweldig dat we de vrede van God, die alle verstand te boven gaat, mogen en kunnen ervaren op grond van Zijn offer op het kruis van Golgotha.

lees verder...