Komt toch naderbij - Genesis 45 vers 4 - 26 december 2018

In dit hoofdstuk ontmoet Jozef, na vele bewogen jaren, zijn broers. De broers die hem haatten en niet vriendelijk tegen hem konden zijn (Gen.37:4), die hem nog meer haatten (37:8), die hem benijdden (37:11), die een aanslag tegen hem hadden beraamd (37: 18), die hem wilden doden (37:19), die hem in de put hadden geworpen en als een slaaf hadden verkocht (37:23 ev.).

Hoe zou Jozef reageren, nu hij zijn broers zag die hem zoveel pijn, onrecht, lijden, verdriet en eenzaamheid hadden aangedaan? Zou hij opdracht geven hen te doden, af te ranselen, gevangen te zetten of terug te sturen zonder voedsel? We hadden het kunnen begrijpen, na zoveel ellende die hem door hen was berokkend!

Maar wat doet Jozef? Hij zegt “Komt toch naderbij”. Hij koos er voor zijn broeders te vergeven wat ze hem hadden aangedaan en toen nodigde hij hen uit dichterbij te komen. Hij had net zo goed kunnen kiezen hen te veroordelen, maar dat deed hij niet. Hij vergaf hen al hun schuld. Jozef kuste hen hartelijk, huilde tranen van blijdschap en omhelsde zijn broers.

Maar dat was nog niet alles. Jozef vergaf zijn broers op een koninklijke, royale wijze en daarmee opende hij zijn hart voor hen. Hij wilde graag dat zijn broers en zijn vader dicht bij hem zouden zijn (45:10), hij wilde voor hen zorgen (45:11), hij gaf hen zelfs het beste deel van het land Egypte (45:20).

Wat een schitterende reactie is dit van Jozef en hoe leerzaam is deze geschiedenis voor ons!

Ook wij hebben te maken met mensen die ons minder of meer of soms heel veel hebben aangedaan. Hoe reageren wij dan? Welke keuzes maken wij? Vergeven of niet vergeven?

Jozef had al die jaren met God geleefd en voortdurend op Hem vertrouwd, ondanks alle ellendige toestanden die hij door de schuld van zijn broers had moeten meemaken. God was met Jozef lezen we een aantal malen in de geschiedenis van Jozef. God had het hart van God zacht gemaakt, Hij had Jozef veranderd naar Zijn beeld, daar zit het geheim van Jozef en daar zit ook ons geheim.

Jozef had zoveel liefde, genade en vergeving van God ontvangen dat hij bereid was de keuze te maken zijn broers ruimhartig te vergeven. Hij had ook kunnen kiezen hen te (ver)oordelen, maar dat deed hij niet.

Wij zijn gekocht en betaald door de Here Jezus. Wij waren schuldig op alle fronten, net als de broers, wij hadden géén genade, géén vergeving verdiend. Toch hebben wij dit gekregen! Hoe gaan we hier dan mee om naar andere mensen die ons iets hebben aangedaan? Dat kan toch niet anders dan zoals geschreven staat in Efeziërs 4:32 “Maar weest jegens elkander vriendelijk, barmhartig, elkander vergevend, zoals God in Christus u vergeving geschonken heeft”?

Vergeven is een keuze, een keuze die God van ons vraagt en als God iets vraagt geeft Hij ook altijd de kracht om dat te volbrengen. Hij is immers de Almachtige, er is niets of niemand machtiger dan Hij. “Zou voor de Here iets te wonderlijk of onmogelijk zijn”, Gen. 18:14, het antwoord is voluit nee. Voor Hem is niets onmogelijk. De grootste problemen en moeilijkheden kunnen we met Hem overwinnen. Is dat makkelijk? Nee, het is soms een lange weg voordat wij zover zijn, maar met Hem is dit zeker mogelijk en het is de beste weg!

Jozef vergaf zijn broeders én hij had het verlangen dat zijn broers dicht bij hem zouden zijn. Hij wilde voor hen te zorgen. Dat is prachtig!

Als wij besluiten anderen te vergeven dan komt er ruimte en liefde in ons hart voor hen! Dat is wat God bewerkt. Boosheid, haat, wrok en angst verdwijnen en God vult ons met Zijn liefde. In Gen. 45:15 staat “daarna spraken zijn broers met hem”. De relatie was hersteld. Door niet te vergeven zou de relatie absoluut niet zijn hersteld, maar door de vergeving van Jozef komt er openheid en dat ervaren de broeders, ze beginnen te spreken met Jozef. Wat moet dat heerlijk zijn geweest. Je eigen broers weer te spreken na zoveel jaren.

Stel dat Jozef gekozen had om te niet te vergeven, dan was hij op een hele negatieve wijze verbonden of beter gebonden gebleven aan zijn broers. Altijd was er dan die heftige emotie over wat hem was aangedaan, altijd was er die boosheid, angst en wrok gebleven. Maar nu, na zijn keuze om te vergeven, was hij waarlijk vrij! Er kwam ruimte in het hart bij de broeders en ruimte bij Jozef zelf in het hart, omdat Hij gehandeld had zoals Gods Woord zegt.

In onze situatie is het precies zo. Als wij anderen vergeven komen we in de vrijheid, dan herstellen we relaties die soms jarenlang verbroken zijn geweest. Er komt weer blijdschap en harmonie, relaties worden hersteld.

Jozef vergaf ruimhartig schreef ik hierboven al. Dat blijkt ook uit het feit dat hij niet moppert over wat hem is aangedaan, integendeel hij zegt over alles wat er heeft plaatsgevonden: “want om u in het leven te behouden heeft God mij voor u uitgezonden” (Gen. 45:5) Hoe is het mogelijk denk ik dan, maar bij God is niets onmogelijk. Jozef zegt eigenlijk in NT taal, dat God alle omstandigheden, dus ook die vreselijke tijd, door God ten goede is gebruikt. De hele situatie tussen vader Jacob en de broers is nu veel beter dan voordat Jozef werd verkocht naar Egypte.

Jozefs God is ook onze God, mijn God. Dankzij het offer van de Here Jezus mag ik dat voluit zeggen. Jozefs God was met hem, de Here is ook met ons, Hij zal ons niet begeven en niet verlaten. Jozef vertrouwde op Zijn God en zijn vertrouwen werd niet beschaamd, zijn leven ging van de diepte naar de hoogte. Het lijden van de tegenwoordige tijd weegt niet op tegen de heerlijkheid die nog gaat komen.

Zijn we bereid om, net als Jozef, Zijn weg te gaan? Ruimhartig te vergeven zodat relaties worden hersteld tot eer van Zijn Naam?

lees verder...

Deze studies zijn verschenen in het contactblad van de reddingsark. Eventuele vragen naar aanleiding van deze studies kunt u stellen via het contactformulier.

Door gebruik te maken van de rss feed blijft u op de hoogte van nieuwe artikelen.

Kerst 2018 - Lucas 2 vers 20 - 7 december 2018

En de herders keerden terug, God lovende en prijzende om alles wat zij hadden gehoord en gezien, gelijk het hun gezegd was. Lukas 2:20

De herders waren, na de aankondiging door een engel van de Here, naar Bethlehem gegaan en hadden de Heiland die geboren was gezocht en gevonden. Alles wat de engel had gezegd was uitgekomen: “gelijk het hun gezegd was”, zoals staat in het slot van het vers hierboven.

De herders hadden het Woord van God gehoord, het was ze verkondigd door de engel. Ze hadden ze gehoor gegeven aan deze boodschap. Ze hadden geluisterd naar wat de engel tegen hen had gezegd en dit had een verlangen in hen opgewekt waardoor ze naar Bethlehem zijn gegaan. Daar hadden ze, zoals de engel had gezegd, de Heiland in een kribbe gevonden. Nu waren ze weer op de terugreis.

Na hun bezoek aan Jozef, Maria en het kind Jezus keerden ze terug, maar er was iets gebeurd. Ze keerden God lovend en prijzend terug!

Waarom loofden ze God en prezen ze Hem? Dat was omdat ze de geboren Heiland hadden ontmoet, die Israël en de wereld zou gaan verlossen. Dát had hun hart geraakt en daardoor gingen ze anders weg bij Jezus dan ze gekomen waren. Ze loofden en prezen God om alles wat ze hadden gezien en gehoord! De wijzen uit het oosten gingen trouwens een andere weg terug (Matth. 2:12), nadat ze hun geschenken aan de Koning der Joden hadden aangeboden.

Het is mooi om te lezen dat ze terugkeerden Gód lovende en prijzende, ze waren in de eerste plaats Hem dankbaar voor wat Hij had gedaan. Natuurlijk waren ze ook blij voor wat nog zou komen, hun verlossing, maar hun eerste dank ging uit naar de Bron van het komende heil: God Zelf. Hun dankbaarheid ging in de allereerste plaats uit naar Hem die naar hen had omgezien. Hun hart was vol van dankbaarheid en dat kwam er uit, want waar het hart vol van is daar loopt de mond van over!

Het woord lovende is op verschillende manieren vertaald, o.a. met verheerlijkten (Marc.2:12), d.w.z. dat ze Hem de eer en heerlijkheid of grootheid gaven. Ze waren niet in de eerste plaats blij met wat ze kregen, nl verlossing. Maar ze waren blij met de Bron, de Oorsprong van hun verlossing. Daarom zongen de engelen ook als eerste: “ere zij God” i.p.v. dank u voor de komende verlossing. Want Hem komt toe alle lof en eer, omdat Hij Zijn Zoon heeft gegeven.

We kunnen vanuit deze geschiedenis een paar parallellen trekken naar onze eigen situatie.

Wij hebben, net als de herders, het Woord van God gehoord. Het is ons verkondigd, in een dienst, via anderen, via de media, door het lezen van lectuur of op wat voor wijze dan ook.

Het Woord heeft ons ook geraakt en we zijn op zoek gegaan naar de Heiland, onze Verlosser. De Bijbel zegt: “wie zoekt zal vinden”. En zo is het ook, als we Hem oprecht zoeken dan zullen we Hem vinden. Na de toespraak van Petrus werden de mensen diep in hun hart getroffen, zo kan Gods Woord werken, als een bliksem die inslaat en die ons doet beseffen wie we zijn en Wie God is.

Een andere les uit het vers is dat de herder anders terug gingen dan toen ze bij de Heiland kwamen. Hoe zit dat in ons leven, is er werkelijk iets veranderd? Is het oude werkelijk voorbij en het nieuwe gekomen? Zijn we werkelijk geheel anders omdat we Hem hebben leren kennen? Als je geloof je niet verandert moet je van geloof veranderen heb ik eens iemand horen zeggen. Dit klopt! Het kan niet anders dan dat we veranderen als we de Here Jezus hebben ontmoet. Als we hebben beseft hoe lief Hij ons heeft en als we hebben begrepen wat Hij voor ons gedaan heeft aan het kruis van Golgotha dan worden we dankbare mensen, dan verandert ons leven. Dan gaan we God loven en prijzen, net als de herders.

De herders loofden God, dat is ook belangrijk. We kunnen in deze tijd druk bezig zijn met wat God heeft gegeven, maar we moeten altijd beseffen dat Hij de Bron is van dat alles. Als we dat beseffen zijn we Hem voortdurend dankbaar voor wie Hij is. Het gaat niet in de eerste plaats om verlossing of genezing of wat dan ook, het gaat om Hem! Zoekt Mij en leef zegt Amos.

Ongetwijfeld zullen de herders, aan wie het maar horen wilde, hebben verteld over hun ontmoeting met de geboren Heiland. Dat hoort in ons en in mijn leven ook zo te zijn, dat ik mensen die ik ontmoet vertel van mijn ontmoeting met Hem en dat die ontmoeting met Hem mijn leven drastisch heeft veranderd.

Het waren echte discipelen deze herders, want vanuit de ontmoeting en de levende relatie met de Heer gingen ze op pad en verkondigden ze wat ze hadden gezien en gehoord.

De broederraad wenst u gezegende kerstdagen en een verwachtingsvol 2019

lees verder...

De vreze des Heren - 13 juni 2017

Vreze is een beetje ouderwets woord, in de GNB vertaling staat het zo : “heb eerbied voor de Heer”, Het Boek zegt “handelen uit ontzag voor God” . Eerbied of ontzag hebben voor God daar gaat het om, het gaat niet om vrees of angst hebben voor God. Nu jaagt (zelfs) de dood geen angst meer aan want alles, alles is voldaan zegt een lied. Angst hoeft niet als we geloven in het volbrachte werk van de Here Jezus, want dan zijn we Zijn kinderen geworden en Hij zorgt dagelijks voor Zijn kinderen. Dag aan dag draagt Hij ons. Als we echte eerbied en echt ontzag hebben voor Hem dan zullen we daar ook naar handelen, dan kan het niet anders dan dat dit zichtbaar wordt in ons leven. Waarom? Omdat Hij er altijd op ingaat als we zó met Hem leven. We zullen een aantal teksten kort bespreken, deze teksten laten zien wat het gevolg is als we eerbiedig en vol ontzag met God willen leven

De vreze des HEREN voedt op tot wijsheid Spreuken 15:33

Als we eerbied en ontzag hebben voor God gaat Hij ons opvoeden zodat we wijsheid verkrijgen. Hij gaat ons veranderen, we leren op Hem te vertrouwen. We gaan beseffen dat we niet moeten steunen op eigen inzichten, maar onze weg op Hem moeten wentelen. Maar bovenal betekent het dat we de Here Jezus in Wie alle schatten van wijsheid verborgen zijn beter gaan leren kennen. In Hem vinden we alles wat we nodig hebben gedurende ons leven op aarde. Hij wil Zijn leven in ons “uit” leven (niet ik leef, maar Christus leeft in mij) en Hij wil in ons God verheerlijken. Opvoeden heeft ook iets in zich van tuchtigen of corrigeren. De Here tuchtigt ons, dat kan negatief klinken, maar dat is het niet. Hij heeft altijd het goede met ons voor en dat betekent in deze tekst opvoeden tot wijsheid. Soms moeten we gecorrigeerd worden om dat doel te bereiken.

De vreze des HEREN is het kwade te haten; Spreuken 8:13 … door de vreze des HEREN wijkt men van het kwaad. Spreuken 16:6

Als we de Here vrezen gaan we het kwade en de zonde haten. We willen dan gaan leven naar Zijn wil. Hij haat het kwade en naarmate we meer met Hem leven gaan wij het kwade ook haten en dat zal impact hebben op ons leven. We doen geen dingen meer waar Hij voor waarschuwt in Zijn Woord, we gehoorzamen Hem want dat is dan ons innerlijk verlangen. Het kwade haten en wijken van het kwade dat gebeurt als we leven in de vreze des Heren.

De vreze des HEREN is een bron des levens, om de strikken des doods te ontwijken. Spreuken 14:27

Eerbied en respect voor de Here is een Bron ten leven. We kunnen zelfs de strikken van de dood ontwijken. Op onze levensweg zullen we veel strikken waar we in verzeild kunnen raken tegenkomen, dat is niet erg zolang we leven in de vreze des Heren. Met Hem kunnen we de strikken ontwijken, met Hem springen we over een muur. Er zullen problemen zijn, maar Hij is nabij! Hij de Almachtige en de Allerhoogste, Wie kun je beter aan je zijde hebben in de moeilijkheden?

De gemeente dan door geheel Judea, Galilea en Samaria had vrede; zij werd opgebouwd en wandelde in de vreze des Heren, en zij nam in aantal toe door de bijstand van de Heilige Geest. Handelingen 9:31

De gemeente in Judea, Galilea en Samaria was een bloeiende gemeente, er was vrede, men werd opgebouwd, en nam toe in aantal. Er was groei! Hoe kwam dit allemaal, omdat men leefde in de vreze des Heren. Men leefde oprecht met God, men nam Zijn Woord serieus en leefde er naar. Tegenwoordig willen we wel met God leven, maar toch ons eigen ding doen, dat is niet leven in de vreze des Heren. Dan worden we niet opgevoed, dan haten we het kwade niet en zullen we ook het kwade niet ontwijken, dan komen we in de valstrikken van het leven terecht. Dat we toch meer zouden zien op onze Overste Leidsman en Voleinder van het geloof de Here Jezus Christus. Hij heeft ons laten zien hoe je echt kunt leven in de vreze des Heren. Hij is ook uitermate gezegend en gezet aan Gods rechterhand. Zijn leven was niet makkelijk, maar in elke situatie leefde Hij in de vreze van Zijn God. Altijd was God nabij, behalve toen Hij daar hing aan dat kruis en onze zonden op Hem werden gelegd. Toen moest God , die de zonde haat, Zich terugtrekken en Hem alleen laten lijden. Hem komt alle lof en eer toe voor het werk aan het kruis van Golgotha, voor Zijn lijden, sterven en opstanding. Wij mogen weten dat wij nooit, echt nooit verlaten zullen worden van God als we leven in de vreze des Heren. Dit danken we aan Hem die op aarde leefde in de vreze des Heren en die uit liefde voor God en uit liefde voor ons door God verlaten is geweest.

Des HEREN vertrouwelijke omgang is met wie Hem vrezen. Psalm 25:14

De Here Jezus is de weg tot de Vader. God was de mensheid verloren, kwijtgeraakt in het paradijs, door de zondeval. De Here Jezus heeft de mensen die in Hem geloven door Zijn lijden, sterven en opstanding teruggebracht tot God. Door Hem is het mogelijk vertrouwelijke omgang met God te hebben, mits we hem vrezen. Deze vertrouwelijke omgang is iets waar Hij zo naar verlangt, daar spreken alle maaltijden in de Bijbel van, van gemeenschap, intieme en vertrouwelijke omgang met Hem. Dat is wat de vader uit Lukas 15 zijn zoon aanbood: een maaltijd met hemzelf. In Openbaring 3 zegt de Here Jezus dat Hij aan de deur staat en klopt en dat Hij maaltijd wil houden met wie opendoet. Bent u, ben jij bereid open te doen, Hem volkomen binnen te laten en aan Zijn overvloedige tafel te gaan zitten? Te gaan genieten van wat Hij(in Zijn Woord) aan ons te bieden heeft, maar bovenal te genieten van Hemzelf? Dat is weggelegd voor een ieder die Hem vreest.

lees verder...

De wet (2 van 3) - 31 mei 2014

Is het nu de bedoeling dat we de wet telkens horen en opvolgen of zijn we vrij van de wet, zoals vaak in evangelische kring wordt gezegd?

Het principe van de wet van Mozes is “doet dit en gij zult leven”. Aan dit principe is een einde gekomen toen Jezus Christus de wet volbracht. Overigens toonde God in deze OT periode óók Zijn genade, want door met een oprecht en berouwvol hart een offer te brengen was de weg terug naar God altijd mogelijk. De wet als stelsel waarbij de behoudenis totaal afhankelijk was van het volbrengen van de wet was echter beëindigd. De wet had eeuwen lang aangetoond dat de mens niet in staat was aan de rechtvaardige eisen te voldoen, dat had de mens naar de Verlosser moeten brengen, naar Iemand die hen zou helpen ondanks het probleem van de zonde(n), toch tot God te kunnen naderen.

  • Gal. 5:4 Gij zijt los van Christus, als gij door de wet gerechtigheid verwacht; buiten de genade staat gij.
  • Rom. 6: 14 …… want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.

In het NT wordt ontvouwd hoe een mens tot God kan naderen, buiten het doen van de wet om en door geloof.

  • Rom. 3:21 Thans is echter buiten de wet om gerechtigheid Gods openbaar geworden, waarvan de wet en de profeten getuigen.
  • Habakuk, een profeet, getuigde hier ook al van toen hij zei: “de rechtvaardige zal door het geloof leven” (dus niet door het voldoen aan de eisen van de wet)

De Here Jezus is gekomen, niet om de wet op te heffen, maar om te vervullen, dat wil zeggen om te tonen wat ten diepste de bedoeling van de wet was en dat gaat verder dan de wet in het OT, hoewel dit wel de basis was en is.

  • Matth. 5: 17 “Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen. 18 Want voorwaar, Ik zeg u: Eer de hemel en de aarde vergaat, zal er niet één jota of één tittel vergaan van de wet, eer alles zal zijn geschied.

Het door eigen inspanning volbrengen van de wet van Mozes was niet meer nodig. Dit kon ook niemand. De wet was echter niet opgeheven. De gelovigen dienen op een andere wijze de wet van Christus te vervullen.(Gal. 6:2)

In het NT wordt meerdere malen gesproken over geboden, die tot de wet van Christus behoren:

  • Johannes 13:34 Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt; gelijk Ik u liefgehad heb, dat gij ook elkander liefhebt.
  • Johannes 14:15 Wanneer gij Mij liefhebt, zult gij mijn geboden bewaren.
  • 1 Johannes 3:23 En dit is zijn gebod: dat wij geloven in de naam van zijn Zoon Jezus Christus en elkander liefhebben, gelijk Hij ons geboden heeft.
  • 1 Johannes 4:21 En dit gebod hebben wij van Hem: Wie God liefheeft, moet ook zijn broeder liefhebben.
  • 1 Johannes 5:2 Hieraan onderkennen wij, dat wij de kinderen Gods liefhebben, wanneer wij God liefhebben en zijn geboden doen.
  • 2 Johannes 1:6 En dit is de liefde, dat wij naar zijn geboden wandelen. Dit is het gebod, gelijk gij het van den beginne gehoord hebt, dat gij daarin moet wandelen.

In alle hierboven aangehaalde teksten worden de (nieuwe) geboden verbonden met liefde. Liefde is de eerste vrucht van de Heilige Geest die genoemd wordt in Gal. 5:22. Liefde was bovendien hét kenmerk van het leven van de Here Jezus op aarde. Hij kwam voor de verschoppelingen, voor de zieken en zwakken om hen liefde te betonen en Hij stierf uit liefde voor hen aan het kruis.

Liefde is ook hét kenmerk van de wet van Christus

  • Romeinen 13:8 Zijt niemand iets schuldig dan elkander lief te hebben; want wie de ander liefheeft, heeft de wet vervuld.

Liefde, agape liefde, is wat wij volgens deze wet als christenen dienen te tonen aan de wereld om ons heen. Dat is de opdracht van de Here Jezus aan christenen!

  • Galaten 6:2 Verdraagt elkanders moeilijkheden; zo zult gij de wet van Christus vervullen.

In “engere” zin gaat dit vers over het in liefde verdragen van elkaars moeilijkheden, in wat ruimere context gaat het over liefde betonen aan alles wat onze naaste tot een last kan zijn en daarin meevoelen en helpen dragen van deze last . Dus liefde betonen.

Liefde is het centrale thema van de nieuwe geboden, oprechte liefde die voortkomt uit ons hart. Het liefhebben van God en de ander is een gebod wat de Here Jezus aan Zijn discipelen en aan ons heeft opgedragen! De wet van Christus is de wet die in onze tijd geldt. Er moet in ons leven zichtbaar worden wat in Zijn leven zichtbaar was!

  • Gal. 4:19 mijn kinderen, ter wille van wie ik opnieuw weeën doorsta, totdat Christus in u gestalte verkregen heeft;

Deze wet van Christus legt ons dus enorme eisen op. Dit zien we regelmatig in de NT brieven, iedere keer weer worden christenen vermaand het kwade af te leggen en het goede te doen en daardoor de nieuwe levenswandel te tonen die voldoet aan de nieuwe Standaard en deze standaard is leven zoals de Here Jezus leefde.

De wet van Mozes was dus een soort “basis” voor de wet van Christus, dit wordt duidelijk als we kijken naar wat de Here Jezus zegt in de Bergrede in Matth. 5. In de Bergrede worden een aantal wetten door de Here Jezus besproken. Gij zult niet doden (Matth. 5:21) wordt verbreed en verdiept naar het liefhebben van de ander en het zorgen dat problemen worden opgelost, zelfs als je denkt dat de ander iets tegen te heeft.

Gij zult niet echtbreken (Matth. 5:27) betekent in diepere zin, dat er overspel wordt gepleegd als je een andere vrouw aanziet om haar te begeren (!).

Gij zult uw naaste liefhebben (Matth. 5:43) wordt verdiept naar het liefhebben van onze vijanden en van hen die ons vervolgen.

Het doen van de wet van Mozes was al een enorme, te hoge, opgave voor de mens. De eisen worden in het NT echter nog fors verder opgeschroefd. Over deze enorm hoge eisen én de manier waarop het mogelijk is naar de wet van Christus te leven meer in een volgend artikel. Een klein tipje van de sluier: het offer van de Here Jezus voorziet in een complete verlossing en toerusting om te kunnen doen wat Hij van ons vraagt.

lees verder...

De wet (1 van 3) - 6 mei 2014

De wet (Hebr. Thora, dat betekent: onderwijzing/instructie/wet) is door God via Mozes gegeven aan het volk Israël. Daarom is het onder het (orthodoxe) Joodse volk al eeuwenlang gebruikelijk om elkaar te onderwijzen in de wet en te discussiëren over de wet.

  • Exodus 24:12 De HERE zeide tot Mozes: Klim op tot Mij, de berg op, en blijf daar, dan zal Ik u de stenen tafelen geven, de wet en het gebod, die Ik opgeschreven heb, om hen te onderwijzen.

In engere zin wordt met de wet de tien geboden bedoeld die door God zijn geschreven op de twee stenen tafelen. De wet in bredere zin is de Thora, d.w.z. de vijf boeken van Mozes, deze bevatten 613 ge- en verboden. Dit waren ceremoniële wetten, zoals wetten m.b.t. de offers, offerdienst, priesterdienst, reiniging etc. en morele wetten, zoals het liefhebben van de Here God en de naaste, niet stelen en moorden etc. De ceremoniële wetten zijn beëindigd toen Christus stierf aan het kruis van God. De morele wetten gelden ook nu nog, maar dan in uitgebreidere vorm zoals we later zullen zien.

De wet is volmaakt, omdat God, volmaakt is.

  • Psalm 19:7 De wet des HEREN is volmaakt, zij verkwikt de ziel; de getuigenis des HEREN is betrouwbaar, zij schenkt wijsheid aan de onverstandige
  • Romeinen 7:12 Zo is dan de wet heilig, en ook het gebod is heilig en rechtvaardig en goed.

Daarom is heel Psalm 119 een lofzang op de wet en wordt de wet op vele andere plaatsen bezongen. Het principe van de wet is: “doet dit en gij zult leven”, dat is totaal anders dan in het NT, waar het principe is: “het is volbracht”. Christus heeft immers de wet volbracht. De wet openbaart de wil van God en daarmee openbaart de wet ten diepste het wezen van God Zelf. Dit zien we duidelijk als we onze blik richten op het kruis. Dáár worden de heiligheid, rechtvaardigheid en liefde van God ten volle openbaar. Op het kruis zien we dat God, vanwege Zijn heiligheid, de zonde móet oordelen. Hij doet dit ten koste van de allerhoogste prijs: Zijn Zoon. (die de wet volkomen had gehoorzaamd en dus onschuldig was) en daarmee toont Hij Zijn oneindige liefde. Wíj hadden dat oordeel over de zonden verdiend, Híj onderging de volledige toorn van God als Plaatsvervanger voor u, jou en mij!

De wet is gegeven aan het volk Israël maar geldt in bepaalde zin, zoals in het vervolg zal worden aangetoond, ook nu nog: Matth. 5:18 Want voorwaar, Ik zeg u: Eer de hemel en de aarde vergaat, zal er niet een jota of een tittel vergaan van de wet, eer alles zal zijn geschied.

Wat de heidenen, dus de niet joden, betreft staat in de Romeinenbrief dat niemand, nóch de Joden met de wet en de besnijdenis, nóch de heiden te verontschuldigen is. Iedereen heeft gefaald. De heidenen hadden weliswaar niet de wet, maar zij hadden wél de mogelijkheid God te kennen uit de natuur en uit hun geweten. Dit was weliswaar een beperkte manier om God te kennen, veel beperkter dan de wijze waarop de joden God leerden kennen, maar het was absoluut mogelijk Hem te eren door te handelen naar deze beperkte kennis en inzichten. Dit is echter, in zijn algemeenheid, niet gebeurt, men handelde volstrekt tegengesteld aan de kennis die men had kunnen hebben uit de natuur en door het geweten. Dit blijkt uit de volgende teksten:

  • Romeinen 1:20 Want hetgeen van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sedert de schepping der wereld uit zijn werken met het verstand doorzien, zodat zij (heidenen) geen verontschuldiging hebben.
  • Rom. 2:14 Wanneer toch heidenen, die de wet niet hebben, van nature doen wat de wet gebiedt, dan zijn dezen, ofschoon zonder wet, zichzelf tot wet; 15 immers, zij tonen, dat het werk der wet in hun harten geschreven is, terwijl hun geweten medegetuigt en hun gedachten elkander onderling aanklagen of ook verontschuldigen,

De wet is gegeven tot onderwijzing met als doel welzijn en bescherming van het volk Israël.

  • Jozua 1:7 Alleen, wees zeer sterk en moedig en handel nauwgezet overeenkomstig de gehele wet die mijn knecht Mozes u geboden heeft; wijk daarvan niet af naar rechts noch naar links, opdat gij voorspoedig zijt, overal waar gij gaat.

De wet fungeerde als een beschermende muur om het volk. De wet bracht vele goede dingen en hield het verkeerde buiten. Tal van zaken die de wetenschap in onze tijd heeft bevestigd stonden al lang in de Gods Woord opgetekend. (zo is bijvoorbeeld gebleken dat de besnijdenis op de 8e dag de meest gunstige dag is om dit te doen, was isolatie van mensen met melaatsheid verstandig, is het goed niet te stelen en niet te doden, God en elkander lief te hebben etc.).

Al direct na het ontvangen van de wet bleek een tweede functie. Door de wet werd namelijk duidelijk dat niemand in staat was te voldoen aan alle ge- en verboden, die nauwgezet uitgevoerd dienden te worden:

  • Rom. 3: 19 Nu weten wij ……… dat uit werken der wet geen vlees voor Hem gerechtvaardigd zal worden, want wet doet zonde kennen.
  • Rom. 7:7 Ja, ik zou de zonde niet hebben leren kennen, tenzij door de wet; immers, ook van de begeerlijkheid zou ik niet geweten hebben, indien de wet niet zeide: gij zult niet begeren”.
  • Galaten 3:19 Waartoe dient dan de wet? Om de overtredingen te doen blijken.

De wet is volmaakt, goed. Het feit dat de wet door geen mens kon worden vol bracht lag dus niet aan de wet, maar ligt volledig aan de kant van de mens. De wet bevestigde elke dag en bij ieder mens dat hij/zij een zondaar was, en dus dat er geen goed in hem/haar was.

  • Jakobus 2:10 Want wie de gehele wet houdt, maar op één punt struikelt, is schuldig geworden aan alle [geboden].

Niemand was, omdat hij/zij een zondaar was, in staat tot God te naderen, God is immers heilig en een mens die faalt in het gehoorzamen van de wet is een zondaar. Heiligheid en zonde gaan nooit samen. Het mag dus ook duidelijk zijn dat niemand wedergeboren kan worden door het houden van de wet, simpelweg omdat niemand in staat is de wet te houden. Er is maar één weg tot God en dat is door het geloof in het op het kruis van Golgotha volbrachte werk van de Here Jezus Christus.

Dat brengt ons bij de derde functie van de wet: de wet drijft ons naar Christus. Want als we eerlijk proberen de wet nauwgezet te volgen beseffen we dat we zelf nóóit in staat zijn de wet in zijn geheel te gehoorzamen. Daardoor gaan we beseffen dat er hulp van buitenaf nodig is om tot God te kunnen naderen. Dáárom zond God Zijn Zoon. Namelijk om te doen wat wij niet konden, dat is leven als mens zoals Hij het had bedoeld. Want wat wij niet konden heeft Hij in Zijn oneindige liefde voor ons gedaan! De norm, het volbrengen van de wet, lag al hoog in het OT, maar ligt in het OT nog veel hoger zullen we verderop zien.

  • Gal. 3:24 De wet is dus een tuchtmeester voor ons geweest tot Christus.

De wet was een tuchtmeester, in het Grieks staat hier “paidago’gos”. Ons woord pedagoog komt hier vandaan. Deze paidago’gos, was meer een oppasser dan een opvoeder. Het was in die tijd een slaaf wiens taak het was toe te zien op het gedrag van een kind. Verkeerd gedrag diende gemeld te worden aan de vader en het kind diende beschermd te worden tegen schadelijke invloeden. Als het kind volwassen was geworden betekende dat het einde van de taak van de paidago’gos. Dit geeft exact de taak van de wet weer. De wet paste als het ware op de mensheid, zolang Christus nog niet was gekomen. Dus zolang de mensheid “onvolwassen” was. De wet was de tuchtmeester tot Christus, toen eindigde, net zoals bij de slaaf en het kind, de taak van de wet. Ditzelfde staat in andere woorden in Gal. 4:1/5 daar wordt over een erfgenaam gesproken, die zolang hij onmondig/onvolwassen was onder voogdij stond, tot het moment dat de voogdij eindigde en dat was met de komst van Christus. Daarom staat er geschreven:

  • Romeinen 10:4 Want Christus is het einde der wet.

De periode/tijd/bedeling waarin men behouden kon worden door het naleven van de wet (en belijden en offeren als men gezondigd had) is beëindigd.

In christelijk Nederland wordt er nogal verschillend gedacht over de wet. In sommige kerken wordt de wet wekelijks voorgelezen en hanteert men de wet als leefregel of wil men de wet volgen uit dankbaarheid. In andere, veelal evangelische, kerken/gemeentes leeft het gevoel dat de wet passé is. De wet hoort bij het OT is de gedachte, want Christus is het einde van de wet. Wij hebben er als NT gelovigen niets mee te maken. We leven in de genadetijd, de wet geldt niet meer. Beide manieren van omgaan met de wet zijn niet correct, want er staat geschreven :

  • Matth. 5:17 Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen. 18 Want voorwaar, Ik zeg u: Eer de hemel en de aarde vergaat, zal er niet een jota of een tittel vergaan van de wet, eer alles zal zijn geschied.

De volgende artikelen zal ik verder ingegaan op deze meningen en op datgene wat naar mijn gedachten de bedoeling is van de wet in onze tijd.

lees verder...