Tucht (deel 2) in de plaatselijke kerk/gemeente - 23 februari 2020

De vorige keer ging het over tucht in zijn algemeenheid. Bijbelse tucht is altijd opbouwend bedoeld, met de hoop/verwachting op verbetering. Dit keer bekijken we tucht wat dichterbij, het gaat over tucht in de plaatselijke kerk/gemeente.

In het OT heeft God hele concrete aanwijzingen gegeven voor de bouw van de tabernakel en later de tempel. Daarnaast zijn er tal van voorschriften aangaande de priesterdienst, offerdienst en allerlei reinigingswetten. (Blader bijv. het boek Leviticus maar eens door). Het was immers Zijn huis (tabernakel en tempel) en Hij en Hij alleen bepaalde hoe het er daar aan toe zou gaan. Bij overtreding van deze door Hem ingestelde regels waren er passende maatregelen. Alles hield verband met de grootheid en heiligheid van God. Zie Ex. 40. Mozes was volkomen (7x) gehoorzaam geweest aan God: “zoals de Here Mozes geboden had” lezen we telkens in dit hoofdstuk. Toen Mozes het werk had voleindigd vervulde de heerlijkheid des Heren de tabernakel. Wat moet dat een geweldige belevenis zijn geweest! (Zie ook 1 Kon. 8:10/11 bij de bouw van de tempel door Salomo). Gehoorzamen aan Gods Woord brengt zegen, dat kun je ook in je eigen leven ervaren. Afwijken van Gods Woord zorgt dat we zegen missen.

In het NT is de kerk/gemeente het huis van God. Ook hierover vinden we in de Bijbel en dan met name in het NT allerlei voorschriften omtrent hoe Hij wil dat de gemeente er uit ziet en functioneert. (1 Tim. 3:15 “Dit schrijf ik u .....hoe men zich behoort te gedragen in het huis van God, dat is de gemeente van de levende God”). Het is dus, net als in het OT, logisch dat we in de gemeente luisteren naar hoe Hij wil dat de gemeente er uit ziet en hoe Hij wil dat de gemeente functioneert. Ook hier gaat het, evenals in het OT, om de heiligheid van God.

In het NT lezen we over oudsten of opzieners die er op dienen toe te zien dat er op Bijbelse wijze wordt samengekomen. Daar waar dat niet het geval is komt tucht om de hoek kijken. Nu klinkt dat weer direct heel zwaar maar dat kan in de praktijk meevallen. Soms, niet altijd, helaas. Hierover zo dadelijk wat meer.

Stel er is sprake van zonde (dit moet dan natuurlijk wel duidelijk openbaar zijn gekomen). Dan zullen er normaal gesproken gesprekken tussen een oudste* en de desbetreffende persoon plaatsvinden. Doel moet altijd zijn de ander weer terug te brengen bij de Herder van de schapen, door berouw en belijdenis. Als dit geen verandering teweeg brengt zullen er met 1 of 2 anderen erbij gesprekken worden gevoerd met precies hetzelfde doel. Als er geen berouw en belijdenis komt kan dit worden meegedeeld in de gemeente, zie Matth. 18:17. Dit is natuurlijk niet fijn voor de betrokkene, maar dit kan, hopelijk al voordat het zover is, wel inkeer bewerken. Een ander aspect is dat de gemeente dan ook geïnformeerd is over de gesprekken die hebben plaats gevonden. Dit zijn natuurlijk altijd zaken waarvan je hoopt dat het niet nodig zal zijn! Deze gesprekken dienen door de oudsten in de gezindheid van Gal. 6:1 te worden gevoerd: Galaten 6:1 “Broeders, zelfs indien iemand op een overtreding betrapt wordt, helpt gij, die geestelijk zijt, hem terecht in een geest van zachtmoedigheid, ziende op uzelf; gij mocht ook eens in verzoeking komen. Deze gesprekken zullen in grote afhankelijkheid aan God en met een biddend hart gevoerd dienen te worden.

Natuurlijk is alles er op gericht de betrokkenen door belijdenis van de zonden terug te brengen bij de Here. Mocht dit helaas niet lukken dan zijn er enkele mogelijkheden die ingezet kunnen worden om inkeer te bewerkstelligen. Als gesprekken niets hebben opgeleverd kan besloten worden door de oudsten om iemand die bewust blijft volharden in de zonde (tijdelijk) te weigeren aan de maaltijd van de Heer, het avondmaal. Deze tafel van de Heer is bedoeld voor gelovigen. Gelovigen worden van harte door de Heer aan Zijn tafel uitgenodigd, mits zij op waardige wijze (dus niet als er zonde speelt in iemands leven), deel te nemen aan de maaltijd. Het niet mogen deelnemen aan de maaltijd van de Heer kan iemands hart raken, zodat er toch besef van zonde gaat komen.

Als er bij een persoon die in zonde leeft geen enkele berouw of belijdenis van zonde is kan, maar dat is een alleruiterste maatregel, die persoon worden verzocht de gemeente (totdat er verandering is) niet meer te bezoeken.

Zie bijv. 1 Cor. 5: 1, dit soort situaties zijn natuurlijk volstrekt onacceptabel in de gemeente van God. Of 1 Cor. 5:7. “doet het oude zuurdeeg weg”. Als er oud zuurdeeg is, dus als er zonde is die willens en wetens niet wordt beleden moet er helaas een zeer stevige maatregel worden ingezet. Zie ook Matth. 18 vers 17. Als iemand een oprecht christen is, maar door omstandigheden of zwakte, ernstig zondigt dan kan het zo zijn dat als hij/zij de diensten niet meer mag bezoeken na verloop van tijd het geweten gaat werken en er alsnog berouw komt.

Tucht is niet bedacht door oudsten, maar is een voluit Bijbels gegeven met als doel de samenkomsten rein en zuiver te houden. We hebben immers te maken met God die heilig is. In onze tijd zien we veel on-Bijbelse zaken plaatsvinden, ook in kerken en gemeentes, daarom wil ik uw gebed vragen voor hen die in alle zwakte en afhankelijkheid aan God proberen te bewaken dat gelovigen samenkomen op een voluit Bijbelse wijze.

* Dit hoeft natuurlijk niet uitsluitend een oudste te zijn. Als een gemeentelid weet dat een ander gemeentelid in zonde leeft, dan is de beste weg dat hij/zij dit zelf op een liefdevolle wijze en in de juiste gezindheid (Gal. 6:1) rechtstreeks bespreekt met de persoon die in zonde leeft.

lees verder...

Deze studies zijn verschenen in het contactblad van de reddingsark. Eventuele vragen naar aanleiding van deze studies kunt u stellen via het contactformulier.

Door gebruik te maken van de rss feed blijft u op de hoogte van nieuwe artikelen.

Tucht (deel 1) - 15 februari 2020

Tucht staat boven dit artikeltje, dat zal wel een zwaar stuk worden. Maar dat valt mee hoewel het een zeer serieus onderwerp is.

Tucht roept vaak negatieve associaties op, maar dat is niet terecht als we de Bijbel er op naslaan. Zowel het Hebreeuwse als het Griekse woord voor tucht hebben ook de betekenis van terechtwijzing of onderwijzing in zich. Dat maakt tucht al een stuk positiever. Bijbelse tucht is altijd gericht op verandering, verbetering. Een tekst die dit heel duidelijk maakt is:

Hebreeën 12:10 “Want zij hebben ons voor luttele dagen naar hun beste weten getuchtigd, maar Hij doet het tot ons nut, opdat wij deel verkrijgen aan zijn heiligheid”. Hij (God) tuchtigt ons opdat we deel krijgen aan zijn heiligheid. Hij wil dat we steeds meer heilig worden, steeds meer gaan leven als geheel andere mensen. Om aan die heiligheid deel te krijgen brengt Hij ons bijvoorbeeld in moeilijkheden, want door moeilijkheden worden we op Hem geworpen en in moeilijkheden zijn we vaak meer “open” om echt op God te vertrouwen. In de storm leer je het beste een schip te besturen en op koers te houden zo is het ook in het geestelijk leven door levensstormen worden we op God geworpen en zodoende kan Hij ons op Zijn koers terugbrengen. Tucht kan pijn doen, Hebr. 12:11 “Want alle tucht schijnt op het ogenblik zelf geen vreugde, maar smart (andere vert.: verdriet/droefheid/treurigheid), te brengen doch later brengt zij hun, die erdoor geoefend zijn, een vreedzame vrucht, die bestaat in gerechtigheid.

In het OT kom je precies hetzelfde tegen, bijvoorbeeld in Job 5:17 “Zie, welzalig de mens, die God kastijdt; versmaad daarom de tucht des Almachtigen niet”. Tucht wordt ook hier positief gebracht “welzalig” (andere vert. het is goed als God je straft/welgelukzalig/een zegen is het voor de mens als God hem straft/gelukkig de mens die….) én versmaad (of wijs niet af/weiger niet/verwerp) de tucht van de Almachtige niet. Een dubbele waarschuwing dus! Je ziet in het OT vaak dat God Zijn volk Israël tuchtigt door vijanden op hen af te zenden. (Bijv. Hosea 10:10) Het gevolg is dan dat ze zich realiseren waar ze mee bezig zijn, zich bekeren van hun verkeerde wandel en zich weer op God richten. Of Hij zendt richters of profeten die het volk nadrukkelijk aanspreken, op hun zonden wijzen en aangeven dat ze zich moeten bekeren. Hier is dus sprake van collectieve tuchtiging, en heel volk wordt getuchtigd en het doel is: verandering/verbetering van hun wandel. Hij wil graag dat Zijn volk met Hem wandelt en Zijn weg gaat.

Tucht is voor iedere gelovige nodig om ons te corrigeren omdat we van nature niet geneigd zijn om Gods weg te gaan. Daar waar we afwijken tuchtigt Hij ons omdat Hij ons graag wil zien groeien naar het beeld van Zijn Zoon. Hij doet dit altijd vanuit Zijn liefde. (Hebreeën 12:6 want wie Hij liefheeft, tuchtigt de Here). Een goede vader of moeder tuchtigt of voedt ook op uit liefde. Straffen, tuchtigen uit boosheid of woede is nooit goed. Een correctie moet altijd bedoeld zijn om het kind te beschermen of verbeteren. Bijbelse tucht is altijd gericht op de toekomst!

Spreuken 4:13 Houd vast aan de tucht, laat haar niet los, bewaar haar, want zij is uw leven. Of Spreuken 6:23 “de vermaningen der tucht zijn een weg ten leven”. (Zie ook Spr. 15:5 en 23) Tuchtiging is goed en nuttig voor iedere gelovige, want zij is uw leven staat er geschreven. Door tuchtiging, zorgt God ervoor dat we tot het doel komen dat Hij heeft, dat we echt gaan leven zoals Hij het heeft bedoeld. We zouden niet bedroefd moeten zijn als we worden getuchtigd maar zelfs blij. Dit stond eigenlijk ook al in Hebr. 12:11 hierboven. Op het moment van tuchtiging is het niet fijn, maar later zijn we er dankbaar voor. Ook Spreuken 1:7 leert ons dat tucht goed en nuttig is “de dwazen verachten wijsheid en tucht”.

Elke gelovige krijgt te maken met de tucht van de Here in zijn/haar leven, dat is normaal. Hij wil ons als een geweldig liefhebbende Vader corrigeren zodat we steeds meer op het beeld van Zijn Zoon gaan lijken. Naast deze “individuele” tucht is er ook sprake van gemeentelijke tucht, daarover in een volgend thema-artikeltje.

lees verder...

De doop door onderdompeling in het nieuwe testament (deel 2) - 12 oktober 2019

In deel 1 over de doop hebben we met name gekeken wanneer en onder welke voorwaarden er werd gedoopt. In deel 2 gaan we dieper in op de betekenis en de gevolgen van de doop.

Betekenis van de doop
In Colossenzen 2:11-13 kunnen we lezen dat de doop symboliseert dat we aan de ene kant met Christus zijn begraven en daarmee ons één hebben gemaakt in de besnijdenis van Christus door het afleggen van het lichaam des vlezes en aan de andere kant met Christus zijn opgewekt door het geloof aan de werking Gods, die Hem uit de doden heeft opgewekt. We zijn met Hem levend gemaakt en al onze overtredingen zijn kwijtgescholden, ja het bewijsstuk dat tegen ons getuigde is door Hem uitgewist!

In Romeinen 6 wordt het ‘met Christus gestorven en opgewekt’ nog gedetailleerder beschreven. In dit hoofdstuk worden 5 stappen genoemd.

  • Stap 1: onze oude mens is mede gekruisigd door de doop in Christus Jezus (vers 6) opdat aan het lichaam der zonde zijn kracht zou ontnomen worden en wij niet langer slaven der zonde zouden zijn
  • Stap2: wij Zijn door de doop in Christus Jezus met Hem gestorven*. Wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde.
  • Stap 3: Wij zijn door de doop met Hem begraven opdat
  • Stap 4: gelijk Christus uit de doden is opgewekt door de majesteit des Vaders ook wij in nieuwheid des levens zouden wandelen
  • Stap 5: Indien wij met Christus gestorven zijn geloven wij dat wij ook met Hem zullen leven, daar wij weten dat Christus, nu Hij uit de doden is opgewekt, niet meer sterft, de dood heeft geen heerschappij meer over Hem. De doop laat zien dat we met Christus verbonden zijn en is hierdoor een krachtig getuigenis naar de gemeente maar ook naar de wereld om ons heen, ook de onzichtbare wereld!

Gevolgen van de doop
Het gedoopt worden in Christus Jezus heeft ook gevolgen omdat de doop scheiding maakt. Twee voorbeelden:

1) Het volk Israël
In 1 Corinthiërs 10:1,2 lezen we dat ‘onze vaderen allen onder de wolk waren, allen door de zee heengingen, allen zich in Mozes lieten dopen in de wolk en in de zee’. In Exodus 14:20 kunnen we lezen dat de wolk tussen het leger van de Egyptenaren en dat van de Israëlieten in was. De wolk, die aan de ene kant duisternis was maar tegelijk de nacht verlichtte, maakte scheiding tussen deze twee legers waardoor de een de ander niet kon naderen, de gehele nacht. De zee, waardoor het volk Israël door Gods hand heentrok naar het beloofde land, maakte scheiding tussen het volk Israël en de Egyptenaren. Voor de een was het hun redding en voor de ander hun ondergang.

2) Noach
In 1 Petrus 3:20b staat ‘dat acht zielen in de dagen van Noach door het water heen gered werden’. Het water van de zondvloed maakte scheiding tussen hen die eertijds ongehoorzaam geweest waren en de acht zielen. Het was voor de acht zielen hun redding en voor de anderen hun ondergang. Zo maakt ook de doop in Christus Jezus voor ons scheiding tussen het oude leven en het nieuwe leven. Dit gedeelte heeft nog een andere diepere betekenis voor ons.

3) Behouden aankomst
Petrus vervolgt in vers 21: ‘als tegenbeeld daarvan redt u thans de doop, die niet is een afleggen van lichamelijke onreinheid, maar een bede van een goed geweten tot God, door de opstanding van Jezus Christus’. Het woordje ‘redden’ wat hier gebruikt wordt heeft de betekenis van ‘behouden op een veilige plaats doen aankomen door moeilijkheden of gevaren heen’. Dezelfde betekenis zien we in Handelingen 27:43 waar Paulus schipbreuk lijdt op weg naar Rome en bevolen werd dat iedereen die kon zwemmen over boord moest springen om zwemmend aan land te komen en de overigen deels op planken en deels op wrakstukken van het schip. ‘En zo gebeurde het dat allen behouden aan land kwamen’. In de boot stappen die Noach gebouwd heeft of je laten dopen in Christus bewerkt niet de behoudenis voor de eeuwigheid. Van Noach lezen we in Genesis 6:9 dat hij onder zijn tijdgenoten een rechtvaardig en onberispelijk man was en met God wandelde. Hij vond genade in de ogen des Heren. Wij worden door genade gerechtvaardigd door het geloof in het offer van de Here Jezus wat Hij gebracht heeft aan het kruis van Golgotha. De doop heeft niet alleen een symbolische betekenis van wat er door het geloof heeft plaatsgevonden in ons leven (dood en opstanding) maar ook een vorm van behoudenis zoals hiervoor beschreven. Ook wij moeten door dit leven heen om straks bij Christus te zijn. De doop helpt ons als het ware om behouden, door moeilijkheden heen, op die plek aan te komen.

lees verder...

De doop door onderdompeling in het nieuwe testament (deel 1) - 5 oktober 2019

Zendingsbevel

In Mattheus 28:19 wordt door de Here Jezus het zendingsbevel gegeven: ‘Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb’. Dit bevel bestaat uit vier opdrachten in de aangegeven volgorde: 1) gaat heen, 2) maakt discipelen, 3) doopt hen en 4) leert hen onderhouden. Deze opdrachten kunnen ze niet eerder uitvoeren dan nadat ze de Heilige Geest hebben ontvangen: ‘maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de Heilige Geest over u komt, en gij zult mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde (Handelingen 1:8)’. Bovendien wordt hier ook de volgorde genoemd waar ze getuigen van Hem zullen zijn: het begint allemaal in Jeruzalem, daarna in geheel Judea, vervolgens in Samaria en tenslotte tot het uiterste der aarde. white

De voorwaarden waaronder er werd gedoopt

We gaan nu een aantal plaatsen langs om te zien onder welke voorwaarden de doop werd uitgevoerd. We beginnen in Jeruzalem. In Handelingen 2 waar we kunnen lezen over de uitstorting van de Heilige Geest neemt Petrus het woord en legt zijn toehoorders uit waarvan ze getuige waren geweest. Hij eindigt zijn betoog met de volgende zin: ‘Dus moet ook het ganse huis Israels zeker weten, dat God Hem en tot Here en tot Christus gemaakt heeft, deze Jezus, die gij gekruisigd hebt’ waarop zijn toehoorders antwoordden: ‘Toen zij dit hoorden, werden zij diep in hun hart getroffen, en zij zeiden tot Petrus en de andere apostelen: Wat moeten wij doen, mannen broeders? Petrus antwoordde hun: ‘Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen’. In vers 41 kunnen we lezen wat de reactie van de toehoorders was: ‘Zij dan, die zijn woord aanvaardden, lieten zich dopen en op die dag werden ongeveer drieduizend zielen toegevoegd’. De doop volgde op het aanvaarden van hetgeen door Petrus werd getuigd. Zij geloofden zijn getuigenis over Jezus Christus en werden gedoopt.

In Handelingen 8 kunnen we lezen over de streken van Judea en Samaria. De Here Jezus had zijn discipelen de opdracht gegeven om niet alleen in Jeruzalem zijn getuige te zijn maar ook in geheel Judea en Samaria. Na de steniging van Stefanus vond er een zware vervolging plaats in Jeruzalem: ‘En er ontstond te dien dage een zware vervolging tegen de gemeente te Jeruzalem; en allen werden verstrooid over de streken van Judea en Samaria, met uitzondering van de apostelen’. Was dit een ingrijpen van de Here om te zorgen dat de discipelen niet alleen in Jeruzalem van Hem getuigden? In vers 4 van dit hoofdstuk lezen we: ‘Zij dan, die verstrooid werden, trokken het land door, het evangelie verkondigende. En Filippus daalde af naar de stad van Samaria en predikte hun de Christus’. Filippus komt daar een man, met name Simon, tegen. Deze was bezig met tovenarij en verbijsterde het volk van Samaria waardoor zij zich aan hem hielden. Toen zij echter geloof schonken aan Filippus, die het evangelie van het Koninkrijk Gods en van de naam van Jezus Christus predikte, lieten zij zich dopen, zowel mannen als vrouwen. En ook Simon zelf kwam tot geloof, en na gedoopt te zijn, bleef hij voortdurend bij Filippus, verbijsterd door die tekenen en grote krachten, die hij zag geschieden’. Ook hier zien we dat men zich liet dopen nadat ze tot geloof waren gekomen.

Vervolgens krijgt Filippus van een engel des Heren de opdracht om naar de weg te gaan die afdaalt van Jeruzalem naar Gaza. Daar ontmoet hij een kamerling uit Ethiopië die terugkwam van Jeruzalem waar hij geweest was om te aanbidden. De Geest sprak tot Filippus dat hij zich bij de wagen van de kamerling moest voegen. De kamerling las, in zijn wagen gezeten, uit de profeet Jesaja hoofdstuk 53:7. En Filippus opende zijn mond en uitgaande van dat Schriftwoord predikte hij hem Jezus. ‘En terwijl zij onderweg waren, kwamen zij bij een water, en de kamerling zeide: Zie, daar is water; wat is ertegen, dat ik gedoopt word? En hij zeide: Indien gij van ganser harte gelooft, is het geoorloofd. En hij antwoordde en zeide: Ik geloof, dat Jezus Christus de Zoon van God is (Hand.8:36,37)¹’. Op grond van dit getuigenis werd de kamerling door Filippus gedoopt.

In Handelingen 10 komen we Cornelius tegen, een hoofdman van de Italiaanse legerafdeling. Deze woonde in Caesarea. Cornelius was een godvruchtig man, een vereerder van God met zijn hele huis, gaf aalmoezen aan het volk en bad geregeld tot God. Petrus, die op dat moment in Joppe was, wordt door Gods hand in contact gebracht met deze rechtvaardige man. Hiervoor moest Petrus eerst overtuigd worden, doormiddel van het laken met de onreine dieren, dat het in opdracht van God was omdat hij zich anders niet bij een niet Jood mocht voegen. Petrus wordt vervolgens door Gods hand bij Cornelius gebracht waar hij getuigenis aflegt van zijn geloof. Vanaf vers 43 lezen we: ‘Van Hem getuigen alle profeten, dat een ieder, die in Hem gelooft, vergeving van zonden ontvangt door zijn naam. Terwijl Petrus deze woorden nog sprak, viel de Heilige Geest op allen, die het woord hoorden. En al de gelovigen uit de besnijdenis, die met Petrus waren medegekomen, stonden verbaasd, dat de gave van de Heilige Geest ook over de heidenen was uitgestort, want zij hoorden hen spreken in tongen en God grootmaken. Toen merkte Petrus op: Zou iemand het water kunnen weren, om dezen te dopen, die evenals wij de Heilige Geest hebben ontvangen? En hij beval hen te dopen in de naam van Jezus Christus’. Cornelius en de zijnen waren de eerste heidenen die tot geloof kwamen. Om de gelovigen uit de besnijdenis te overtuigen dat God ook de heidenen op het oog had, ging het hier ook vergezeld van de hoorbare kenmerken want zij hoorden hen spreken in tongen en God grootmaken. Ook hier werd er gedoopt nadat ze tot geloof waren gekomen. Nu we gezien hebben dat in Handelingen altijd gedoopt werd nadat de persoon in kwestie tot geloof in de Here Jezus was gekomen, is het goed om de betekenis van deze doop eens nader te bekijken. Daarover de volgende keer.

1. Vers 37 is niet-authentiek

lees verder...

Begraven of cremeren? - 14 juli 2019

Nog niet zo heel lang geleden liet nagenoeg iedereen in Nederland zich begraven. Sinds het begin van de vorige eeuw is dit echter nogal veranderd. Veel mensen laten zich tegenwoordig, geleid door allerlei verschillende motieven, cremeren. Cremeren betekent verbranden of verassen. 1 April 1914 vond in Velsen, waar het eerste Nederlandse crematorium staat, de eerste crematie plaats. Van deze crematie werd een proces verbaal opgemaakt, want cremeren was toen nog niet legaal. Vervolging heeft echter niet plaatsgevonden, het werd gedoogd. In 1955 is er een wetswijziging geweest die cremeren legaliseerde en sinds 1991 is er een wet op de lijkbezorging waarin begraven en cremeren werden gelijkgesteld. Dit had te maken met misdrijven, men was n.l. bang dat door crematie sporen van moord zouden verdwijnen. In 1955 is toen bepaald dat er een tweede lijkschouwing diende plaatst te vinden.

Het feit dat het best wel lang heeft geduurd voordat cremeren gemeengoed werd in Nederland is te danken aan de invloed van het christendom en de kerken. De meeste kerken wezen cremeren af of waren nogal terughoudend. Met de leegloop van de kerken en daarmee de afname van de christelijke invloed in de maatschappij is cremeren veel meer in zwang gekomen. Daarnaast kwam natuurlijk ook met de komst van vliegtuigen en het internet van alles onder handbereik vanuit het Oosten. Denk aan de New Age beweging met invloeden uit o.a. het Hindoeïsme en Boeddhisme.

De belangrijkste vraag is natuurlijk wat zegt de Bijbel over dit onderwerp.

Hieronder een aantal gedachten ter overweging:

  • • Als in de Bijbel wordt gesproken over verbranden, dan heeft dit bijna altijd te maken met oordeel en de toorn van God.
  • • Er wordt gesproken over het offeren van kinderen, dit wordt gedaan door volken die afgoden dienen. Jeremia 19:5 : …en zij de hoogten van de Baäl gebouwd hebben om hun kinderen als brandoffers voor de Baäl met vuur te verbranden, iets wat Ik niet geboden noch uitgesproken heb en wat Mij niet in de zin is gekomen”. Zie bijv. ook 2 Kron. 33:6.
  • • Het vuur/oordeel is bereid voor de duivel en zijn engelen. Mattheüs 25:41 : “Dan zal Hij ook tot hen, die aan zijn linkerhand zijn, zeggen: Gaat weg van Mij, gij vervloekten, naar het eeuwige vuur, dat voor de duivel en zijn engelen bereid is”.
  • • Nergens geeft de Bijbel aan dat mensen gecremeerd dienen te worden.
  • • De Bijbel spreekt echter wél frequent over graven, bijv. Abraham, Jozef, David etc. en natuurlijk de Here Jezus Zelf.
  • • Zie deze uitspraak: Lukas 9:60 : “Maar Jezus zeide tot hem: Laat de doden hun doden begraven.” (Er staat niet: cremeren) ;
  • • Ons lichaam is een tempel van de Heilige Geest, zouden we deze tempel moeten verbranden?
  • • Verbranden duidt op het einde, het is over, terwijl begraven juist het begin is. We zaaien een lichaam in de stellige verwachting van de komende oogst, n.l. de opstanding van ons lichaam als de Here Jezus komt en de bazuin zal klinken.
  • • Stof als gevolg van natuurlijke ontbinding en as door verbranding zijn NIET hetzelfde. De Bijbel leert dat de mens tot stof (Hebr, afar) zal terugkeren en niet tot as (Hebr. efer) in de betekenis van as als gevolg van verbranding.

In de Bijbel is geen direct verbod om te cremeren te vinden, maar lezen we de Bijbel door dan is cremeren absoluut niet passend in de geest van de Bijbel.

lees verder...